Een praatje met ... |
Enkele jaren geleden ontmoette ik, op een verjaardag, mijn oudste nicht Gré van Iperen–Slob, voor de oudere inwoners van Hoornaar wellicht beter bekend als Grietje de Post. Zij is een dochter van Jan Slob, de oudste zoon van Wouter Houweling Slob, brievengaarder te Hoornaar. Onze opa werd geboren op 4 januari 1878 in Hoornaar. Omdat Gré in Hoornaar is geboren (in 1922) en daar heeft gewoond tot 1943 leek het mij wel interessant om haar jeugdherinneringen eens op te schrijven. Helaas is zij niet lang daarna overleden en heb ik het stukje laten liggen. Haar herinneringen zullen echter voor vele ouderen heel herkenbaar zijn en ik wil ze u daarom niet onthouden. Gré werd geboren in het oude postkantoor tegenover de Gouden Leeuw. Haar vader had het timmermansvak geleerd maar is later toch bij de Posterijen terecht gekomen. Dat was in 1928 toen Opa Slob kantoorhouder werd in Meerkerk. Zijn zoon is hem toen in Hoornaar opgevolgd. Hij bezorgde de post tweemaal daags in het dorp en op de Hoge en Lage Giessen en ging dan via het Pinkeveer naar Slingeland waar hij ook de post bezorgde. Zijn vrouw (Griet Hansum) beheerde het kantoor. Op de voorpagina van dit blad staat het oude postkantoor links vooraan op de foto. Gré ging in Hoornaar naar de Openbare school en kreeg les van juffrouw Zuidhof. Juffrouw Zuidhof was haar overbuurvrouw en heette eigenlijk mevrouw Baron omdat ze getrouwd was met timmerman Dirk Baron. Gré liep naar school met vriendinnen en vertelt op mijn verzoek waar ze allemaal langs kwam op weg naar school. Tegenover het café zat bakker Slob die bakte op zaterdag altijd heerlijke tompoezen en appelbollen. Naast de bakker was de schilderswinkel van Jan de Vries. Zowel het pand van bakker Slob als van Schilder de Vries is er niet meer; op die plaatsen zijn nieuwe woningen gebouwd. Gré gaat verder en zegt: naast Jan de Vries woonde Leen Zonneveld Piek van de kaas-handel, dan Willem van Genderen, veehandelaar. Jan Veen en Marie Osterman en dan kwam je bij Piet de Slager (Piet Eikelboom). Voorbij de boerderij van De Klerk op de “hogt” (nu familie Buizert) stonden nog drie
De Oudendijk hield op bij Gerrit van Noordenne. Aan de Oudendijk woonde nog Aai Buis de melkboer. In die tijd kwam je als je het halve dorp doorliep langs heel wat middenstanders. Gré herinnert zich ook nog wel de andere middenstanders uit het dorp. De scheerwinkel van Kees Advokaat (Dorpsweg 44) bijvoorbeeld en Frans Slomp die de reputatie had alles te kunnen repareren Hier kwamen op zaterdagmorgen de boeren met hun kaasbrikken en boerenwagens de kaas leveren. De kaas werd op een grote waag gewogen. Diverse jongens verdienden een paar centen met het vasthouden van de paarden als de boeren binnen waren en op hun beurt wachtten. Gré merkt ook nog op dat de boerderijen vroeger allemaal in het dorp stonden en nu in de polder. Wat ook een gebruik was vroeger en wat zij één keer heeft meegemaakt was stro op de weg leggen voor het huis van een ernstig zieke om het geratel van wagenwielen te verminderen. Zij weet nog dat Kee Zonneveld Piek ernstig ziek was en dat er toen voor haar huis een dikke laag stro op de weg was gelegd. Ook weet zij nog te vertellen dat Piet Eijkelboom, de slager, voor Pasen met een koe door het dorp liep, de Paaskoe.
Op mijn vraag of ze ook al op schoolreis gingen antwoordde Gré dat ze met chauffeur Kees de Groot uit Goudriaan op reis gingen naar de Pyramide van Austerlitz en Ouwehands Dierenpark. Achter in de bus stond dan een melkbus met verdunde limonade en iedereen moest zijn eigen beker mee nemen (er waren nog geen plastic bekers). Ook namen ze voor de hele dag brood mee. Wat Gré nu nog weet en wat ze niet leuk vond, is dat haar vader en moeder altijd als begeleiding meegingen met de schoolreisjes. Ze werd, zo dacht zij, steeds in de gaten gehouden en overal voor gewaarschuwd. Als er in de winter sterk ijs was mochten de kinderen op de Vort schaatsen, maar als het daar nog te dun was moesten ze op de vaarsloot (achter het dorp in de polder Lutjeswaard). Ze gingen dan door de polder tot aan de kromme Giessen.
Als belangrijkste dag van het jaar noemt zij de fokveedag en gelijk er achteraan Sinterklaas op school. De fokveedag was een feestdag, de boerenfamilies kwamen die dag met tentwagens naar Hoornaar en haar moeder kookte een grote pan soep. Er was één tent, de kaastent, en verder een aantal koekkramen voor de peperkoek en de Janhagel. Marie Baron (Marie Uitenbogerd–Baron) die toen in de Gouden Leeuw de scepter zwaaide, kookte heerlijke maaltijden voor de bestuursleden en genodigden. Het trefwoord als ze over de fokveedag praat is gezelligheid en op dat punt is er in 70 jaar niet veel veranderd. Gré heeft later in diverse plaatsen gewoond maar Hoornaar, de plaats waar zij opgroeide, is haar altijd blijven trekken.
|